WEBLOG Aldert Sentel

‘De’ Italiaan bestaat niet

Ik mag dan 41 jaar in Italië hebben gewoond en gewerkt, als je mij vraagt hoe ‘De’ Italiaan in elkaar zit, moet ik het antwoord schuldig blijven. Friezen zijn al anders dan Brabanders, dus je kunt je voorstellen hoe groot de verschillen zijn in een land waar de afstand tussen Bolzano en Reggio di Calabria 1320 kilometer bedraagt. En dan zijn er nog de eilanden…

 

Het Noorden is rijker dan het Zuiden, kent industrie, staat in contact met Europa en is niet zo religieus. Het Noorden voelt zich zo ‘apart’ dat de politieke partij Lega Nord zelfs praat over het uitroepen van een eigen hoofdstad. Een noordelijke Italiaan kijkt vaak schamper neer op een zuidelijke Italiaan.

 

Die laatste heeft meestal een agrarische achtergrond en minder opleiding, is meer verbonden met de kerk, kleiner van stuk en donkerder van huidskleur. Zuidelijken waren altijd nuttig als fabrieksarbeiders, maar behoorden niet tot de vriendenkring van een noorderling.

 

Toch zijn juist de Zuid Italianen trots op hun afkomst. Met recht – wat mij betreft - want het is er warmer, gezelliger en je eet er beter omdat ‘armoede’ nu eenmaal tot fantasie in de keuken leidt. Als ik voor een kweker in het zuiden werk, is het heel vanzelfsprekend dat je tussen de middag uitgebreid met ze mee eet van alle heerlijkheden die dan op tafel komen. Zelfs als je er jaren later weer eens binnen stapt, wordt meteen de tafel voor je gedekt. Laat ze er niet achter komen dat je net in een restaurant hebt gegeten, want dan is de boot aan! In het noorden lijkt de gastvrijheid meer op die van Nederland, als je begrijpt wat ik bedoel.

 

Naast Noord en Zuid, is er nog een tweede scheiding, gevormd door de Apennijnen (zie het kaartje onder dit artikel). Aan de Tyrreense kant van de Apenijnen zijn er weer grote verschillen tussen het noorden, het midden en het zuiden en hetzelfde geldt voor de Adriatische kant van het gebergte. Tenslotte is er de verdeling tussen het vasteland en de eilandbewoners op Sicilië en Sardinië.

 

Kortom: Italië is een optelsom van totaal verschillende delen en mensen. Het is maar net wat je zoekt: Duitsers houden graag vakantie aan de noordadriatische zijde van de Apennijnen, Italianen zoeken hun vermaak juist in het zuiden van de Tyrreense kant.

 

Zo is het ook met de tuinbouw. Het is maar net wat je zoekt. Voor grootschalige teelten met lage stook- en arbeidskosten, zit je het  best aan de Tyrreense kant, ruim onder Rome en Napels. Gespecialiseerde teelten die minder arbeid vergen en ook voor de Italiaanse markt zijn bedoeld, komen weer het best tot hun recht in de provincies Liguria, Toscana en Lazio. Arbeidsintensieve teelten die een kouperiode nodig hebben, voelen zich het meest thuis in een beschutte vallei van de Apennijnen. Niet te ver van de autostrada, worden die vaak gecombineerd met agrotoerisme. Heb je het over distributiecentra voor Nederlandse producten, dan ligt de Po-vlakte tussen Milaan, Torino en Napels het meest voor de hand.

 

In dit grote land met zulke grote verschillen in klimaat, levensstandaard en mentaliteit is er voor iedereen een ideaal plekje te vinden.

 

In Italië sluit ik mijn artikelen voor het vakblad Il Floricultore af met de spreuk ‘E non finisce qui!’, ofwel ‘hier houdt het niet mee op’. En ik onderteken met Chris l’Olandese, ofwel Chris de Hollander. Laat ik die traditie hier maar voortzetten.

 

E non finisce qui

 

Chris l’Olandese

 

Geen Italiaan is hetzelfde


© Vakblad voor de Bloemisterij



Reageer

Ook van deze auteur

Auteurs

Weblog De Boomkwekerij

Coen Dekkers blog BoomkwekerijCoen Dekkers teelt het gewas Euonymus en schrijft tweewekelijks een column in het vakblad De Boomkwekerij.

Lees de columns van Coen Dekkers